• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Groter Groeien artikel ...


Gezins-emigratie naar Australië


Brigit (36) en Henk (39) zoeken de ruimte, de rust en veiligheid voor hun kinderen, die in Nederland steeds spaarzamer lijkt te worden. Zij hopen die in Australië te vinden en meldden zich aan voor emigratie. En met succes: zij mogen emigreren. Hun verhaal over het wachten op toestemming. En over het naderende afscheid met de achterblijvers.


Henk: ‘Amper een uur geleden hebben we het bericht ontvangen waar we nu al anderhalf jaar op wachten. We hebben officieel toestemming van het DIMIA (de Australische immigratiedienst). We hebben staan juichen, dansen en springen. Ons leven heeft anderhalf jaar in de wachtstand gestaan en dat heeft behoorlijk wat stress veroorzaakt. Maar nu staat het 100% vast: we gaan! Ik heb alles direct in gang gezet: morgen worden de verhuisdozen afgeleverd en over zes weken zal alles verscheept worden. Rond diezelfde tijd vertrekken wij!’

Brigit: ‘Ook onze kinderen zijn dolblij. We hebben hen vanaf het begin nauw betrokken bij onze plannen en ze kunnen niet wachten tot we vertrekken. Ook Yaël niet, al is hij nog maar vijf jaar en dringt het eigenlijk niet zo tot hem door. Hij weet op de kaart precies te vinden waar we heengaan, maar hij kan zich er natuurlijk toch niet echt een voorstelling van maken. Zoë begrijpt het veel beter. Zij zal haar biologische vader moeten achterlaten en dat zal een verdrietig afscheid worden. Maar verder vindt ze het heel erg spannend. Net als wij! De basis van dit avontuur ligt al in 1993. Toen ging mijn broer Ruben, die een jaar jonger is dan ik en met wie ik een heel sterke band heb, naar Australië. Het was de bedoeling dat hij er maar een jaar bleef, maar hij werd verliefd op het land én op een Australische vrouw en kwam niet meer terug. Ik miste hem verschrikkelijk en vroeg me altijd af: ‘Waarom wil hij daar toch blijven, mist hij Nederland dan niet? Wat is er dan zo bijzonder aan Australië? “Kom dat zelf maar ervaren,” zei Ruben telkens weer en in 1999 ben ik met Henk en Zoë voor zes weken naar hem toe gevlogen.’


Henk: ‘En binnen een week snapten we helemaal wat Brigits broer daar deed. Wij vonden het er ook geweldig. De rust, de ruimte, het weer … Maar vooral de sfeer. Er hangt een gevoel van veiligheid. Je kunt je auto openlaten, op de huisdeuren zitten slechts heel kleine sloten. Mensen vertrouwen elkaar en respecteren elkaar. Er is weinig vandalisme. En hoewel Australiërs hard werken en lange dagen maken, zijn ze in hun vrije tijd heel relaxed. Niet zo gestresst en gejaagd als wij, met ons strikte afsprakencultuur. In een stad met drieënhalf miljoen inwoners stopt iedereen op z’n gemak voor een zebrapad! Plus het is er ongelofelijk mooi. De kust is geweldig, er zijn regenwouden, bergen, veel rivieren… álles.’


Brigit: ‘Toen we na die zes weken terugvlogen naar Nederland, wisten we zeker dat we naar Australië wilden terugkeren. Stiekem leek het ons heerlijk om er ook te wonen. Maar zonder mijn moeder, wist ik, zou ik nooit willen gaan. Daarvoor ben ik veel te hecht met haar. We dachten toen nog dat het voor haar heel moeilijk zou zijn om mee te verhuizen. Zij wilde ook wel hoor, graag zelfs – ze heeft jaren in Suriname gewoond en zag Nederland altijd als tussenstation – maar als je al wat ouder bent, is het niet eenvoudig een visum te krijgen. Australië heeft een streng immigratiebeleid. Zo laten ze per jaar maar een beperkt aantal oudere mensen toe, om vergrijzing te voorkomen. Het zou jaren kunnen duren voordat mijn moeder zou worden toegelaten. En ook voor ons leek het niet eenvoudig om te emigreren.’


Henk: ‘Eind 2003 waren we opnieuw in Australië. Ruben ging trouwen en natuurlijk wilden we daar bij zijn. Op het moment dat ik uit het vliegtuig stapte en de Australische grond onder mijn voeten voelde, wist ik: hier hoor ik thuis, hier wil ik wonen.’ Brigit had hetzelfde gevoel. Samen met haar moeder bezochten wij in Melbourne een advocaat, die gespecialiseerd is in immigratiezaken. Tot onze verbazing hoorden we van hem dat mijn moeder een goede kans maakte om toegelaten te worden. En wij ook, als we dat echt wilden. Toen we buiten stonden, grepen we elkaar vast: we hadden een nieuwe toekomst! Yaël was op dat moment drie jaar. Hij is een echt jongetje, een wildebras die altijd aan het ravotten is. Om hem en Zoë meer ruimte te geven, waren we al vanuit hartje Amsterdam naar een nieuwbouwwijk verhuisd, maar de ruimte om ons heen was ons toch nog te benauwd. Ik had het idee dat onze kinderen zich in Australië veel beter zouden kunnen ontplooien. En niet alleen door de ruimte; ik vind ook dat er tegenwoordig in Nederland te veel verandert, het is niet meer het klimaat en de omgeving waar ik mijn kinderen in wil laten opgroeien. Australië daarentegen lijkt mij een geweldig land voor hen, met legio mogelijkheden.’

Brigit: ‘Toen we weer terug naar Nederland moesten, omhelsde ik mijn broer heel stevig en ik zei: we zien je gauw weer! Het was geen verdrietig afscheid, want ik was ervan overtuigd dat wij ook binnen een aantal jaren zouden komen. Na thuiskomst hebben heel veel gepraat. Steeds meer werd duidelijk dat dit echt was wat we wilden. Dus we besloten de emigratieprocedure op te starten. Maar eerst moesten we de moeilijkste stap nemen, die de meeste emoties zou opleveren: de vader van Zoë, Patric, vragen om zijn medewerking. Ik heb samen met hem een co-ouderschap, dus hij zou officieel toestemming moeten geven voor haar vertrek. Wat zou hij ervan vinden?’

Henk: ‘Het kwam voor Patric niet als een verrassing, hij wist dat wij erover droomden uit Nederland weg te gaan. Natuurlijk raakte het hem diep, maar hij zei direct: de enige die hier iets over kan zeggen, is Zoë zelf. Hij wilde niet voor haar een beslissing nemen die zo ingrijpend zou zijn voor haar toekomst. En Zoë is een heel wijs meisje, dat inderdaad best zelf kon besluiten wat ze wilde. We hebben hem opnieuw bezocht, nu met haar erbij. Het was een heel emotionele avond. Zoë gaf aan dat ze heel graag wilde emigreren. Ze zei dat ze het weer er heerlijk vindt, en dat het zo mooi en ruim is in Australië.’


Brigit: ‘En ze zei: “Ik zie dat mijn mamma daar gelukkig is.” Dat vond ik heel ontroerend. Patric besloot ons geen strobreed in de weg te leggen. Natuurlijk zullen wij ervoor zorgen dat ze elkaar toch minstens eenmaal per jaar zien. Zoë kan naar hem toe reizen en hij mag haar komen opzoeken wanneer hij maar wil, samen met zijn vriendin. Voordeel is dan dat hun contact uitgebreid en intensief is; heel anders dan de anderhalve dag per twee weken dat ze elkaar in Nederland zien. En Patric en zijn vriendin kunnen gewoon bij ons logeren: we hebben een goede band met hen en dat is het laatste jaar alleen maar beter geworden. Hoewel het zwaar voor hen is, steunen ze onze keuze. Helaas krijgen we niet van iedereen zoveel support. Mijn vader vindt het helemaal niet leuk dat wij weggaan en dat hij zijn kleinkinderen zal moeten missen. Daarom is het voor hem moeilijk om belangstelling te tonen. Hij begrijpt gewoon niet waarom we weg willen. Eigenlijk is dat best vreemd, want hij is zelf uit Suriname vertrokken om zijn kinderen een betere toekomst te geven. Nu wij hetzelfde willen doen, kunnen we maar weinig van ons enthousiasme bij hem kwijt. Heel jammer vind ik dat. Je blijft toch je hele leven kind van je ouders en je wilt graag dat zij trots op je zijn, dat ze het goed vinden wat jij doet. Het doet pijn om die bevestiging te missen. Mijn vader heeft zelfs gezegd dat hij ons niet komt opzoeken. Die avond heb ik lopen huilen en vloeken. Ik weet wel dat het gedeeltelijk komt omdat hij vliegangst heeft, maar toch: het doet zo zeer… Met de moeder van Henk is het net zo. Ik heb het gevoel dat ze ons kwalijk neemt dat we weg gaan.’


Henk: ‘Ze zwijgt het onderwerp dood. Ik heb haar voorgesteld om een laptop voor haar te kopen, zodat ze met ons kan chatten, maar ze zei meteen: “O nee hoor, daar begin ik niet meer aan op mijn leeftijd.” Ze wil het niet eens proberen, dat is moeilijk te verkroppen. Ik begrijp best dat het niet leuk is voor haar, maar dit is ónze droom en het zou zo fijn zijn als we daarin gesteund zouden worden. Ik had een groot afscheidsfeest in mijn hoofd, met al onze familieleden en iedereen die zou zeggen: “Tot volgend jaar hè, wanneer we jullie komen opzoeken!” Maar dat zit er dus niet in…. In plaats van dat we het laatste jaar nog hebben genoten van elkaars gezelschap, zijn we juist uit elkaar gegroeid. Gelukkig heb ik nog wel een heel hechte band met mijn zus.’


Brigit: ‘Je vervreemdt sowieso wel een beetje van je omgeving in onze situatie. Dat komt doordat je niet meer investeert in het hier en nu. We zijn al zo lang alleen maar bezig met de emigratie en dat neemt zoveel tijd en energie in beslag, dat we het haast nergens anders meer over kunnen hebben. Mijn moeder woonde hier vlak achter en zij heeft het laatste jaar bij ons in huis gewoond. Zij zou dus ook emigreren en met z’n drieën konden we eindeloos plannen maken, heerlijk! Inmiddels is zij vertrokken; vorige maand hebben we haar op het vliegtuig gezet. Nog even, dan zijn wij ook bij haar!’


Henk: ‘Het heeft dus alles bij elkaar anderhalf jaar geduurd voordat alle papieren rond waren. Iedere keer moesten er weer formulieren worden ingevuld en dan was het weer dagen, weken, maanden wachten. Het is echt een hele heisa om de emigratie rond te krijgen, er zijn zóveel regeltjes. We hadden geluk dat we een goede advocaat hadden in Australië; dat kan ik iedereen aanraden die dezelfde plannen heeft. Hij wist precies hoe alles het beste kon. Dat Brigits broer al in Australië woonde, pleitte voor onze kansen. Daarnaast kun je toestemming krijgen op grond van je werk en opleiding: er is een grote schaarste aan bepaalde beroepen in Australië, vooral beroepen waar je met je handen moet werken. Ik ben corporate accountmanager en gelukkig kunnen ze ook verkopers goed gebruiken. Op basis daarvan konden we de aanvraag doen.’


Brigit: ‘Wel moesten alle diploma’s worden vertaald en bekrachtigd. Dat kostte een hoop tijd. Verder kregen we een medische keuring en een test van onze kennis van het Engels. Hoewel we die taal prima spreken, waren we behoorlijk nerveus; onze hele toekomst hing er tenslotte van af. Gelukkig slaagden we! En er moest nog een borg worden betaald, waarmee zeker wordt gesteld dat je de eerste twee jaar geen aanspraak zult doen op sociale voorzieningen en zo.’


Henk: ‘Midden in de hele procedure werd ik plotseling erg ziek. Ik kreeg een bacteriële infectie, zo ernstig dat ze me in één week vijf keer hebben moeten opereren. Dan besef je opeens hoe belangrijk je gezondheid is. Als ik niet weer helemaal beter was geworden, hadden we alle plannen wel kunnen vergeten. Je kunt alleen in een ander land iets nieuws opbouwen, wanneer je je daar geestelijk en lichamelijk helemaal voor kunt inzetten. Gelukkig knapte ik weer volledig op. Deze gebeurtenis heeft de band tussen Brigit en mij versterkt. Ook dit hadden we weer samen doorstaan! Maar onze band was al heel goed, en dat is ook onontbeerlijk als je zo’n stap wilt zetten als wij. Dat eindeloze wachten, zonder dat je ook maar iets kunt doen, zorgt voor zoveel slapeloze nachten, zoveel gepieker. Toch hebben wij weinig woorden gehad en dat deed me weer beseffen hoe goed we op elkaar ingespeeld zijn. Maar je moet wel je best doen. We moesten ook echt opletten dat we ons geduld bewaarden bij de kinderen. Ik was sneller geïrriteerd dan anders. Dan zei ik tegen mezelf: eerst tot tien tellen, dan pas reageren.’


Brigit: ‘Ja, dat wachten is slopend. Je kunt niet verder met je leven, je zit tussen twee werelden in. Je knapt je huis niet meer op, je begint geen cursussen meer. Alles bestaat uit: zou het wel doorgaan en zo ja, wanneer dan? We hebben even gedacht: stel dat het toch niet lukt, gaan we dan proberen om bijvoorbeeld naar Nieuw-Zeeland te verhuizen? Maar nee, dat wilden we niet. Niet weer zo’n lange tijd hopen, wachten, dagdromen. Dat kunnen we onszelf, maar ook onze kinderen niet aandoen. We zijn het aan hen verplicht om weer rust te creëren en ons leven op orde te hebben. Als ons vertrek naar Australië niet was doorgegaan, hadden we ons daar bij neergelegd. Dan waren we niet verbitterd geweest maar dan hadden we er hier weer het beste van gemaakt. Maar ik ben heel bij dat we die kans wél krijgen! Ik realiseer me trouwens heus wel dat het in Australië niet zaligmakend zal zijn hoor. We zullen echt wel eens denken: waar zijn we aan begonnen? Maar dan zal ik terughalen wat onze grootste motivatie is om deze sprong te wagen: onze kinderen een beter leven geven. Dat zal me vast weer rust bezorgen. We trekken eerst in het huis van de schoonmoeder van mijn broer, daarna gaan we rustig op zoek naar een eigen woning. Daar verheug ik me erg op. De huizen zijn er ruim, hebben een grote tuin en zijn goed betaalbaar. We hebben eigenlijk al een school voor de kinderen op het oog, maar we zullen er samen met hen een aantal bezoeken om te kijken waar ze zich thuis voelen. De scholen zijn goed in Australië, ze geven een brede basis. Er wordt heel veel aan sport gedaan, dat spreekt mij aan. Henk en ik zullen natuurlijk werk zoeken, maar beiden willen we geen fulltime baan, zeker in eerste instantie niet. We vinden het belangrijk om er te zijn voor onze kinderen, totdat zij helemaal gewend zijn.’


Henk: ‘Yaël is hier al een tijdje met Engels bezig. Hij krijgt er speciaal les in op school en ook wij leren hem al een en ander. Hij is erg geïnteresseerd; antwoordt thuis vaak met eenvoudige woordjes in het Engels, of hij vraagt wat iets betekent dat hij op televisie opvangt. Ach, kinderen van vijf leren razendsnel. Ik vermoed dat hij binnen een jaar beter Engels spreekt dan ik! Ook Zoë leert natuurlijk Engels. Zij vindt het heel stoer om te vertrekken. Ze heeft een paar vriendinnetjes die ze zal moeten achterlaten, maar daar lijkt ze niet van wakker te liggen: ze wordt meer aangetrokken door de spanning van het onbekende.’


Brigit: Beide kinderen zullen een uniform moeten dragen op school, dat is daar nu eenmaal gebruikelijk. Zoë baalde daar eerst wel van. We hebben haar uitgelegd dat er ook best voordelen aan zitten; je hoeft niet meer elke dag te bedenken wat je aan moet, lekker makkelijk toch? Natuurlijk kunnen we niet in hun koppies kijken, maar ik heb het idee dat ze net zo enthousiast zijn als wij. De kans bestaat dat er straks nog wel veel emoties naar buiten komen, maar dan zullen wij er voor hen zijn. De band in onze gezin is zo hecht. Je bent met z’n allen met iets bezig, je deelt dezelfde droom. Naar mijn gevoel is onze band echt onverbrekelijk. Ik kijk er heel erg naar uit om met ons nieuwe leven te beginnen. Nee, ik denk niet dat ik hier in Nederland veel zal missen. Ik hecht niet aan materiele dingen. Dat wat voor mij het allerbelangrijkste is, mijn gezin, neem ik mee. Zelfs onze honden gaan met ons mee. En in Australië ben ik weer bij mijn broer en moeder, dus ik heb alles wat ik mij maar wensen kan!’


© Lydia van der Weide


Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide