• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Groter Groeien artikel ...


Hechtingstoornis bij je kind


Wanneer je kind met een hechtingstoornis kampt, gaan de dingen in het gezin niet meer vanzelf. Zeker niet wanneer je kind óók nog verschijnselen van adhd vertoont. Het ergste is dat veel mensen denken dat je gewoon faalt als opvoeder. En wanneer je kind dan eindelijk uit huis wordt geplaatst, ga je weer gebukt onder een schuldgevoel. En onder de angst: zal mijn kind ooit iemand lief kunnen hebben?


Petra (37):


’Soms zie ik mijn dochter Tibby binnenkomen en dan word ik overspoeld door heftige haatgevoelens. Omdat ze mijn leven op z’n kop zet, nu al zes jaar lang. Ik ben zó moe van alles. Direct daarna stik ik weer van het schuldgevoel. Want ze is en ze blijft mijn dochter, voor wie ik het allerbeste wil. Ik had haar dolgraag een overvloed aan liefde gegeven. Maar vanaf het begin af aan heeft zij mijn liefde geweigerd. Afgewezen worden door je eigen kind: het doet zó veel pijn...’


Toen ik negen jaar geleden zwanger raakte, waren mijn man en ik erg blij. Ik heb niet zo’n fijne jeugd gehad en ik wilde het zelf graag beter doen. Achteraf gezien is Tibby altijd al ‘anders’ geweest, maar dat wisten wij niet. Ze was tenslotte ons eerste kindje, wat weet je er nu van als kersverse ouders? We dachten dat ze gewoon erg voorlijk en energiek was. Tibby sliep goed, maar wanneer ze wakker was, was ze ook echt klaarwakker. Dan vlogen haar ogen alle kanten op, ze hield alles in de gaten. Vanaf het moment dat ze kon kruipen, wilde ze niet meer op schoot zitten: er was zoveel te beleven, er was geen seconde te verliezen. Toen ze zeven maanden was liep ze al. En hoe! Ze struinde de hele kamer door en was nergens bang voor. Zo trok ze een keer de kunstkerstboom over zich heen; wij schrokken ons rot, maar zij lag eronder te schateren. Veel rust hadden we niet, maar we waren stapeldol op haar, en trots. Wat was ze slim en snel!


Maar al gauw werd duidelijk dat Tibby wel érg nieuwsgierig en rusteloos was. Overal wilde ze in kijken, overal moest ze bij zijn. Ze zag nergens gevaar en zat vaak helemaal onder de blauwe plekken omdat ze overal tegenaan botste. Dat kon haar niet veel schelen, ze huilde zelden.

Rustig een boekje lezen was er voor ons niet bij, zelfs een telefoongesprek voeren was haast niet te doen. Want als Tibby even geen aandacht kreeg, ging ze stoute dingen doen. Hoe ouder ze werd, hoe erger dat werd. Het was geen ‘moeder spelen’ wat ik deed, maar meer politieagent. En wat nog het moeilijkste was: er stonden maar weinig fijne momenten tegenover. Geen momenten van lekker knuffelen, bijvoorbeeld. Dat wilde ze niet, dan duwde ze me weg.


Tibby was tweeënhalf toen wij voor het eerst hulp zochten. We kregen gesprekken met Jeugdzorg. Hun mening was, dat er iets mis was in de communicatie tussen ons als ouders en Tibby. Wij zouden niet consequent genoeg zijn. Maar dat lukte ons gewoon echt niet. Als we wél consequent waren, zat Tibby 80% van de tijd met straf op haar kamer. Maar wij moesten Tibby dus anders aanpakken, vonden ze, en daarvoor kregen wij een lijstje met tips. Alle tips hebben we uitgeprobeerd, één voor één, maar het had geen resultaat. Dingen verbieden had weinig zin, het leek wel of ze het gewoon niet begreep. Het leek haar niets te doen als we teleurgesteld, boos of verdrietig waren.

We konden haar ook met niets straffen. De meeste kinderen hechten zich aan een bepaald speeltje: als je dat tijdelijk afpakt, vinden ze dat erg. Tibby niet. Die pakte gewoon wat anders. Een week geen tv kijken of een week niet bij vriendinnetjes spelen? Dan niet, pech.

Ondertussen was mijn dochter Kes geboren. Mijn man en ik zagen vanaf het begin af aan dat zij een heel ander kind was dan Tibby. Niet alleen veel rustiger, maar ook liefdevoller. Zij wilde knuffelen, zij liet zich troosten. Allemaal dingen waar Tibby niet voor open stond. Dit bevestigde ons idee dat er iets aan de hand was met onze oudste dochter. Maar wat?


We werden van het kastje naar de muur gestuurd. Alle hulpinstellingen zijn we af geweest. De eerste vraag die mij, waar dan ook, werd gesteld was: “Werkt u?” Alsof dáár de oorzaak lag. Ik werkte inderdaad, maar Kees en ik werkten wisseldiensten en er was altijd iemand om de kinderen op te vangen. Dat hebben we juist heel goed geregeld! We voelden ons vaak niet serieus genomen. De onderzoeken werden veelal gedaan door jonge meiden die net klaar waren met hun opleiding. Naar ons idee volgden ze puur de boekjes maar keken ze niet echt naar wat er aan de hand was. Telkens kwam er uit onderzoeken dat het aan mij en mijn man lag, dat wij een foute opvoeding gaven. Wat het extra ingewikkeld maakte, was dat Tibby zich bij anderen vaak voorbeeldig gedroeg. Dan luisterde ze wél. Ook op school ging het redelijk. Dus mensen keken altijd verbaasd wanneer wij over onze problemen vertelden. Zelfs door onze eigen familie werden we voor gek versleten. Ik voelde me vaak zo machteloos. En ik werd heel onzeker. Zouden wij dan echt wat fout doen? Eindeloos hebben we erover gepraat. Het was wel waar dat mijn geduld steeds sneller begon op te raken. Mijn man kon beter met de streken van Tibby omgaan. Als ik dat zag, voelde ik me een heel slechte moeder. Toch was er een andere stem die zei: nee, dat ben je níet. Je doet het misschien niet helemaal perfect, maar er is écht iets aan de hand met Tibby. Want waarom werkt mijn opvoeding dan wel bij Kes? Ik zag zo duidelijk verschil tussen Kes en Tibby. Alle voorgeschreven dingen die bij Tibby niets uithaalden, hadden bij Kes wel een goede uitwerking. Als Kes een standje kreeg, trok ze zich dat aan en toonde ze spijt. Met haar waren afspraken te maken: dit en dat mag niet. Bij Tibby bleven zulke dingen niet hangen.


In de jaren daarna werd het met Tibby alleen maar zwaarder. Het negatieve aandacht trekken werd steeds erger. Gelukkig was ze niet kwaadaardig of agressief, dat absoluut niet. Maar ze vrat energie. Als zij thuis kwam, was ik binnen een half uur uitgeput. Toen ook nog mijn ouders in korte tijd allebei overleden, brak er iets in mij. Ik ben naar de dokter gegaan en ik heb gezegd: “Er moet iets gebeuren, want dit kan zo niet doorgaan. Ze haalt niet alleen het bloed onder mijn nagels vandaan, maar ook mijn nagelbedden.” Bij vlagen voelde ik me in staat om haar van de trap te gooien. Het is vreselijk, maar ik kon het gewoon niet meer aan. Er is toen een crisisopname geweest. Een jaar lang heeft Tibby in een instelling gewoond. Het was het beste op dat moment, maar het was toch heel moeilijk. Ik voelde me zo mislukt. Welke moeder brengt haar kind nu vrijwillig weg? Tibby had het er ook erg moeilijk mee. Dat liet ze niet aan ons merken, maar we hoorden dat ze daar vaak zichzelf in slaap huilde. Afschuwelijk. Voor ons wat het wel goed dat we even rust hadden. Maar Tibby kwam ook zeer regelmatig thuis, en dan ging het weer precies hetzelfde. We zagen geen verbetering; eigenlijk alleen een verslechtering, omdat ze veel negatieve dingen van andere kinderen overnam. Zo leerde ze veel vieze woorden. Eén keer zei ze: “Ik weet wat pijpen is” en ze deed het voor met een potlood, met een hoop gekreun erbij. Ze was toen zes jaar! Wij schrokken ons rot. Het ergste was nog, dat dit ook door de leidster is ontdekt en dat het is gemeld bij de kinderbescherming: omdat ze het mogelijkerwijs bij ons thuis had geleerd. Toen ik dat hoorde heb ik zitten huilen van woede en frustratie.


Uiteindelijk is Tibby weer thuis gekomen, omdat ze ook in die instelling niet op haar plaats was. Ik viel weer snel in mijn oude patroon van schipperen, politieagent spelen. Al snel bleek: dit gaat weer helemaal mis. Ik heb opnieuw hulp gezocht, nu bij een speciale kinderarts. Daar hing Tibby letterlijk in de gordijnen te zwaaien en toen ik even niet oplette klom ze in een babyweegschaal terwijl ik uitdrukkelijk had gezegd dat dat niet mocht. Ik vertelde de arts dat wij nu al vijf jaar hoorden dat het aan onze opvoeding lag. Toen ik dat zei, begon hij te lachen. Ik kon wel door de grond zakken, ik dacht dat hij me uitlachte. Maar hij zei: “Mevrouw, het gedrag wat ik hier constateer heeft niets te maken met opvoeding of consequent zijn!” Hij verwees ons door naar de ggz voor onderzoeken.

Ik was zo opgelucht. Eindelijk iemand die ons serieus nam. Op zijn aandringen is Tibby dit jaar grondig onderzocht. Onder meer op adhd, autisme en andere contactstoornissen. Uit dat onderzoek bleek dat ze een hechtingsstoornis heeft. Verder zijn er ernstige tekenen van adhd geconstateerd en heeft ze een achterstand in haar ontwikkeling. Een hechtingsstoornis, ofwel het ‘geen bodemsyndroom’, houdt in dat ze moeite heeft om zich emotioneel aan iemand – aan ons, of aan iets, bijvoorbeeld speelgoed – te hechten. Wederkerig contact is met haar heel moeilijk. Er wordt vaak gedacht dat deze stoornis alleen bij adoptiekinderen voorkomt, maar dat is niet waar. Het komt ook bij biologische kinderen voor en er is niet altijd een oorzaak aan te wijzen. Vaak ontstaat de stoornis door een traumatische gebeurtenis tijdens de zwangerschap, de bevalling, of in de vroege kindertijd, maar bij Tibby is er volgens mij niets gebeurd. Mijn gevoel zegt dat ze hiermee geboren is, omdat ik – door mijn ervaring met Kes – weet dat ze altijd ‘anders’ is geweest. Haar tomeloze energie bleek een kenmerk van adhd.


Ik ben zo blij dat er eindelijk iets uit dit laatste onderzoek is gekomen. Mijn eigen gevoel heeft me dus niet bedrogen: er was écht iets met Tibby! Misschien kunnen we nu eindelijk een gebruiksaanwijzing vinden om met haar om te gaan. Het maakt me wel verdrietig dat het zo lang heeft geduurd. Nu zijn we al in zo’n negatieve spiraal geraakt dat ik nog niet goed weet hoe en of we daar uit kunnen komen. Over een aantal maanden zal Tibby opnieuw in een instelling worden geplaatst voor grondige observatie. Op dit moment zit ik mijn tijd uit, totdat Tibby daar heen gaat. Maar het blijft mijn kind: ik wil oprecht dat ze goed terecht komt, ik wil het beste voor haar. En ik vind het ook heel zielig. Tibby weet erg goed dat er iets aan de hand is met haar. Ze ziet dat mijn band met Kes anders is. Soms zit Kes bij mij op schoot en dan staat Tibby erbij te kijken. “Waarom doe je dat nooit met mij?” vraagt ze dan beschuldigend. Maar als ik met haar wil kroelen, heeft ze geen tijd voor me, en als zij met mij wil knuffelen, zit ik op de kast. Het is een vicieuze cirkel. Maar ook als we wel eens kroelen, merk ik dat het niet oprecht is. Het is imitatiegedrag. Zelf lijkt Tibby die behoefte niet te hebben, ze doet gewoon haar zusje na. Tibby zal ons niet opzoeken als ze troost nodig heeft. Als zij verdrietig is, pakt ze een van onze hondjes en sluit zich op in de wc. Daar wordt ze weer rustig. Mijn hart breekt als ik dat zie. Ik hoop dat zij in de toekomst kan leren hoe ze beter met haar emoties om kan gaan. Ik hoop dat ze later gewoon verliefd kan worden, oprecht van iemand kan houden. Maar ik weet niet of dat erin zit.

De afgelopen jaren hebben hun sporen nagelaten. Ik heb me vaak zo eenzaam gevoeld, zo onbegrepen. En nog. Op mijn werk weten ze niet veel begrip voor de situatie op te brengen.


En als ik met Tibby over straat loop en ze is als een idioot aan het schreeuwen, kijken mensen míj aan. Wat een slecht opgevoed kind, zie ik ze denken. Op zulke momenten zou ik haast willen dat Tibby een lichamelijke handicap zou hebben, zodat mensen konden zien dat er iets aan de hand is.

Dat ik Tibby straks weg ga brengen, voelt ondanks alles als een enorm verraad. Op de dag dat je moeder wordt, neem je een taak op je. Je moet er zijn voor je kind, wat er ook gebeurt. Het voelt nu alsof ik gefaald heb. Dat maakt me heel verdrietig, maar ik weet dat het de enige oplossing is. Kees en ik moeten nodig aan onze relatie werken, want door alle problemen van de afgelopen jaren zijn we daar al heel lang niet aan toegekomen. En we moeten Kes de aandacht geven die ze verdient. Want ook met haar gaat het de laatste tijd minder goed. Ze staat altijd in de schaduw van Tibby en begint haar negatieve gedrag over te nemen. Ik hoop dat dat over zal gaan als wij weer meer tijd voor haar hebben. Ik hoop ook dat ik me straks weer wat opener kan stellen voor Tibby. Ondanks alles houden mijn man en ik heel veel van haar. Ik wil zo graag weer de energie krijgen om voor haar te vechten.’


© Lydia van der Weide


Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide