• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Groter Groeien artikel ...


Opvoeden van drie kanten – het dilemma loslaten


Je kind loslaten is een van de moeilijkste dingen van opvoeden. Maar het is wel noodzakelijk. Ook jouw kind moet immers op eigen benen komen te staan. Hoe vind je de juiste balans tussen vasthouden en loslaten, tussen vrijheid geven en bescherming bieden?

Alleenstaande moeder Mirthe vindt het moeilijk haar dochter Marieke (7) los te laten

Mirthe zit aan de telefoon met haar oudere zus Sabine. ‘Wanneer kom je weer eens langs met Marieke?’ vraagt Sabine haar. ‘Die kleine meid heeft daar vast zin in. Kan ze weer lekker ravotten met de buurkinderen hier. Heb je dit weekend tijd?’ Mirthe bijt op haar lip. Ja, tijd heeft ze wel, en haar dochter Marieke zou inderdaad door het dolle heen zijn als ze weer naar haar tante gaan. Alleen heeft zij er zelf niet zoveel zin in. Niet dat het niet gezellig is bij Sabine, maar ze kan zich daar tegenwoordig geen moment meer ontspannen. Want direct als ze aankomen, holt Marieke naar de buren. Sabine beweert dat het een betrouwbaar gezin is, maar Mirthe heeft de indruk dat de kinderen er veel te vrij worden gelaten. De tweeling van negen speelt hele dagen op straat. Niemand waar precies waar ze naartoe gaan en wat ze uitspoken. In het dorp waar Mirthe woont weet ze dat Marieke nooit ver van huis gaat. Maar met deze twee jongens slaat haar dochtertje op hol. De afspraak om zich geregeld even te melden vergeet ze voortdurend. Bovendien heeft Mirthe het idee dat Marieke haar niet altijd de waarheid vertelt over de dingen die ze doen. Laatst versprak ze zich, en toen bleek dat ze ergens in een bouwvallige kelder hadden gespeeld. Mirthe was woedend geworden, puur uit angst en bezorgdheid. Het liefst zou ze Marieke verbieden om met die twee jongens te spelen, maar is dat niet erg overdreven? Van haar zus hoeft ze geen steun te verwachten. ‘Niet zo bezorgd zijn, Mir,’ roept die. ‘Je moet haar wat vertrouwen geven, anders wordt ze later net zo’n bange muis als jij.’ Mirthe weet ook wel dat ze overbezorgd is. Maar Marieke is alles voor haar. Ze zou het niet overleven als haar meisje iets zou overkomen. ‘Ik zie nog wel,’ zegt ze tegen haar zus, ‘ik bel je nog.’ Zuchtend legt de hoorn neer. Bleef Marieke maar altijd klein. En hoefde ze haar maar nóóit los te laten.

De ‘speel’deskundige

‘Het verhaal van Mirthe is heel herkenbaar,’ zegt Froukje Hajer, medewerkster van

Jantje Beton. Ze houdt zich bezig met belangenbehartiging voor het spelen van kinderen. ‘Het is een groot dilemma: je kind wil iets, voor jou voelt het niet goed. Het is voor Mirthe heel belangrijk om zich af te vragen of haar bezorgdheid geen óverbezorgdheid is. Want ze zal haar kind toch moeten loslaten. Je kunt als ouder onmogelijk altijd alle risico’s wegnemen. Dat zou ook niet goed zijn. Opvoeden is tenslotte de juiste middenweg kiezen tussen veiligheid geven en uitdaging bieden. Hoe gaat je daarmee om?’

‘Wanneer je met een dergelijk probleem kampt, is het belangrijk om goed naar je kind te kijken. Waar is het aan toe, welke vrijheid kan het aan? Dat hangt natuurlijk af van de leeftijd, maar ook van zijn eigen ontwikkeling. Sommige kinderen lopen in zeven sloten tegelijk, andere zijn juist bedachtzaam. En probeer je in te leven in je kind. Mirthe zou eens op het niveau met haar kind moeten meekijken. Kan ze zich voorstellen wat er zo leuk is voor Marieke om met die twee jongens buiten te spelen? Wat vond Mirthe zelf vroeger spannend als kind? Gunt ze dat haar dochter ook? Een volgende stap voor haar is dan om zich af te vragen of de situatie wel écht zo gevaarlijk is. Dat kun je bijvoorbeeld ontdekken door de ‘voors’ en de ‘tegens’ eens goed op een rijtje te zetten. Vaak komt bezorgdheid voort uit een bepaald gevoel van onrust, maar als je dat ontleedt, blijkt de werkelijkheid best mee te vallen.’

‘Het zou ook goed zijn als Mirthe eens zou gaan praten met de moeder van de twee jongens. Wat voor gezin is het eigenlijk, laten ze hun kinderen echt zo vrij? Ze kan ook eens gaan kijken waar en hoe de kinderen spelen. Wat doen ze precies, is er daadwerkelijk reden gevaar? Het kan best zijn dat ze het na dit alles alsnog niet verantwoord en vertrouwd vindt. Dan zou ze ook stellig nee moeten zeggen. Maar als je je kind iets verbiedt, dan adviseer ik altijd: leg het ook uit waaróm je dat doet. Ga in dialoog met je kind. Dát is opvoeden, inzicht geven in waarom je iets niets wilt. Maar zeg geen nee vanuit je eigen irreële angst! Kinderen hebben ook vrijheid nodig, om grenzen te verkennen en om zich te ontwikkelen tot zelfbewuste mensen met zelfvertrouwen. Daarom is het altijd belangrijk om je af te vragen wat voor waarde iets heeft. Is dit leerzaam, nuttig voor het kind? Spelen met anderen is dat zeker! De leus van Jantje Beton is niet voor niets: Samen spelen is leren samenleven. Tijdens het spel maken kinderen hun eigen wereld en leren ze om controle te krijgen op die wereld. Ook verwerken ze er hun indrukken door. Ten slotte is spelen heel plezierig en ontspannend voor ze; er is tegenwoordig al zoveel druk op kinderen. Ze hebben echt de ruimte nodig om zich uit te leven! Daarom is het essentieel om als ouders niet altijd de controle te willen hebben, maar om kinderen binnen redelijke grenzen vrijheid te bieden.

Loslaten is tegenwoordig een grotere kwestie dan vroeger. Kinderen zijn in deze tijd zo gewenst, ze worden zo bewust gekozen, dat ze werkelijk met álle zorg worden omringd. Ouders zitten er vaak erg bovenop. Ook voor eenoudergezinnen, zoals dat van Mirthe, geldt dat vaak. Bovendien is de maatschappij veranderd. Die is individualistischer geworden, er is minder sociale controle. Wanneer je je buren niets eens kent, ben je natuurlijk bezorgd wanneer je kinderen op straat spelen! Daarom kan het verstandig zijn om met andere ouders de handen ineen te slaan. Als je bijvoorbeeld bang bent om je kind zelfstandig langs een gevaarlijke straat te laten gaan, kun je er samen voor kiezen om één begeleider te laten meegaan. Zo heb je in Duitsland de loopbus, waarbij een paar volwassenen een groep kinderen begeleiden tijdens het lopen naar school. Een prachtige, veilige tussenoplossing die heel goed is voor het kind. Niet alleen qua zelfstandigheid, maar als het kind loopt, ziet en leert het veel meer dan achter in die auto, waarmee het snel-snel bij school wordt afgezet. En: de meeste ongelukken gebeuren door de overvloed aan auto’s bij het schoolplein!’

Kadertje Jantje Beton

Jantje Beton komt op voor de speelkansen van alle kinderen in Nederland. Ze richten zich vooral op kinderen die door omstandigheden in de verdrukking dreigen te komen. Jantje Beton bedenkt, financiert en organiseert projecten om kinderen samen te laten spelen. Ook brengen ze het belang van spelen onder de aandacht van de beleidsmakers. Meer informatie: www.jantjebeton.nl of: Postbus 85233, 3508 AE Utrecht.

Jantje Beton heeft een boekje uitgegeven met dilemma’s, om met andere ouders te bespreken. Hoe pak je bepaalde zaken aan, wat is wijsheid? Ook loslaten komt er uitgebreid aan de orde. Dit boekje ‘Uitdaging en Veiligheid’ kost € 2,- (inclusief dilemmakaartjes, exclusief verzendkosten). Het boek kan besteld worden via de website van Boink: www.boink.info

De opvoedkundige

‘Toen ik bij de opvoedtelefoon werkte kreeg ik regelmatig dergelijke verhalen te horen,’ vertelt Saskia Nihom-Nijstad, opvoedkundige met een eigen praktijk in Amsterdam. ‘Mirthes gevoelens zijn heel begrijpelijk. Je kind loslaten is een van de moeilijkste aspecten van opvoeden. Het begint al met het doorknippen van de navelstreng. Je kind is opeens een zelfstandig wezentje; het ademt, drinkt en slaapt zelfstandig. En het komt in de loop van de jaren steeds meer op eigen benen te staan. En dat móet ook!

Het is logisch dat je als ouder tijdens dit proces bezorgd bent. Maar één van de grote valkuilen van opvoeden is je kind teveel vasthouden. Want daarmee straal je uit: “Jij kunt het niet, ik zal het wel voor je doen.” Het gevolg is dat je kind angstig en onzeker wordt. Beter is het, je kind toch zelf op pad te sturen en mee te geven: “Toe maar, je kunt het, ik heb vertrouwen in je.” Natuurlijk is het wel belangrijk om te laten weten dat jij er op de achtergrond bent, voor als het toch eens niet helemaal lukt.’

‘Mirthe maakt zich veel zorgen om haar dochter en dat begrijp ik goed. Marieke is met haar zeven jaar toch nog steeds maar een klein meisje. En als alleenstaande moeder heeft Mirthe het extra zwaar; ze draagt de hele verantwoordelijkheid en kan haar zorgen niet delen met een partner. Als Mirthe op mijn praktijk zou komen, zou ik haar als eerste vragen: “Wat vind je precies zo moeilijk? Is het die kelder die je bang maakt? Of is het het feit dat die jongetjes wat ouder zijn en je je afvraagt: wat doen ze met mijn kind? Maar zijn je angsten wel reëel?” Ik denk dat zij, zoals veel ouders, te veel anticipeert op mogelijke afschuwelijke dingen die er kunnen gebeuren. Alle rampscenario’s die zich in haar hoofd afspelen zullen naar alle waarschijnlijkheid nooit uitkomen. Het is goed om daarbij stil te staan. Dan is het zaak om tot een goede tussenoplossing te komen. Want haar dochter binnenhouden heeft geen zin, dat is niet reëel; en de situatie blijven ontwijken ook niet. Om zelf geruster te zijn, zou ik haar adviseren duidelijke afspraken met haar dochter te maken. Vraag Marieke om zich geregeld even te komen melden en maak duidelijk dat ze dat ook écht moet doen. Dat lijkt mij helemaal niet onredelijk op deze leeftijd. Bij het maken van zulke afspraken is het essentieel dat jij je óók altijd houdt aan dingen die je belooft, dan leert een kind dat ook hij dat moet doen. Wat ook een mogelijkheid is, is dat Mirthe zelf af en toe even gaat kijken wat de kinderen aan het doen zijn. Het is wel raadzaam dat van te voren aan te kondigen, anders voelt Marieke zich gecontroleerd. Het is heel normaal om op die manier alles even in de gaten te houden. Natuurlijk houdt dat een keer op, maar als je kind zeven is lijkt me dat nog heel vanzelfsprekend. Als Mirthe telkens zou zien dat het goed gaat, wordt het loslaten langzaam makkelijker. Stukje bij beetje, stapje voor stapje, zowel voor moeder als kind.’

‘In dit geval lijkt het mij niet nodig dat Mirthe met de ouders van de jongetjes gaan gaat praten. Zij kent ze wel niet, maar haar zus Sabine wel. Je moet ook vertrouwen op het oordeel van een ander. Maar het is jammer dat Sabine Mirthe niet wat meer ondersteunt. Het heeft niet zoveel zin om simpelweg te zeggen: “Maak je niet zoveel zorgen.” Want loslaten ís moeilijk. En sommige mensen doen dat nu eenmaal makkelijker dan anderen. Ik heb het idee dat mensen die moeite hebben met dingen weggooien, ook meer moeite hebben met loslaten. Zij hebben wat meer begeleiding, steun en begrip nodig. Als je twijfelt of je bezorgdheid geen overbezorgdheid is, is het belangrijk er met anderen over te praten, informatie te zoeken of eventueel hulp te vragen van een deskundige. Blijf er niet meer rondlopen, zoals Mirthe. Mirthe raakte al gespannen op het moment dat haar zus haar uitnodigt. Dat is iets waar ze wat aan kan doen. Ze moet leren accepteren dat er nu eenmaal risico’s zijn in het leven van een kind. That’s all in the game; je hebt niet alles in de hand. Maar iedereen heeft recht op een eigen leven, ook jouw kind. Loslaten is griezelig en spannend, maar het geeft ook kracht. Als iets goed gaat, betekent dat een succes, voor ouder én kind.’

Saskia Nihom-Nijstad - Praktijk voor opvoedingsondersteuning  -  www.opvoedcoach.nl

Saskia schreef het boek: Gek van je kind, Opvoeden, hoe doe je dat nou? – met een apart hoofdstuk over loslaten. Uitgeverij Spectrum, 2006, € 19,95

De ervaringsdeskundigen

Hoe gaan andere ouders om met dilemma’s rondom het thema loslaten?

Carolien, moeder van Anna (7) en Berend (3), vindt dat je soms op je tanden moet bijten: ‘Je kunt de voor jou zo moeilijke situatie wel ontwijken, maar je moet je realiseren dat er altijd soortgelijke dilemma’s zullen opduiken. Je moet er toch een keer doorheen. Wel is het natuurlijk belangrijk dat er geen grote risico’s zijn en dat je duidelijke afspraken maakt met je kind over waar het gaat spelen, hoe laat het terug is, et cetera. Dat doe ik ook met Anna en ze weet dat er wat zwaait als ze zich er niet aan houdt. Natuurlijk maak ook ik mij wel eens zorgen als Anna ergens anders is, maar als ik met mijn verstand weet dat ik me geen zorgen hoef te maken, dan probeer ik mijn gevoel te negeren. Dan zoek ik afleiding, en vertel mezelf dat deze onrust nu eenmaal bij het leven hoort. Het is mijn taak om tot Anna tot een sterke volwassene te laten opgroeien. Ik kan haar dus niet altijd bij het handje houden.’

Petra is alleenstaande moeder van Sterre (6). Ze overlegt haar twijfels over loslaten binnen haar vriendinnengroep. ‘Buitenstaanders kijken toch met wat meer afstand naar een situatie. En mijn vriendinnen vertrouw ik volledig. Zij kunnen volgens mij goed bepalen wanneer bezorgdheid overgaat in óverbezorgdheid, omdat ze niet emotioneel betrokken zijn. Wanneer ze me erop wijzen dat ik teveel beren op de weg zie, praten we erover, en meestal zorgt dat bij mij voor veel rust. Opvoeden kun je niet alleen, is mijn idee. Als je geen partner hebt met wie je over je kind kun praten, moet je zorgen voor een netwerk van vrienden om op terug te vallen. En niet alleen voor oppas, maar juist om over opvoedingszaken te praten.’

Anneke, moeder van Ilse (10) en Merel (7), vindt het heel erg belangrijk om naar je kind te kijken. ‘Volgens mij voel je dan zelf wel aan wat het aankan, en welke vrijheid of bescherming het nodig heeft. Toen Ilse zeven was, liet ik haar veel vrijer dan Merel nu. Dat komt omdat Ilse een oplettend, verlegen kind was. Ze deed nooit gevaarlijke dingen. Als zij met een vriendinnetje in het speeltuintje voor ons huis wilde spelen, was ze urenlang zoet aan het hinkelen. Merel niet. Merel zoekt altijd de grenzen op. Als ik haar alleen naar de speeltuin laat gaan, vliegt ze de hele buurt door. Ze ziet geen enkel gevaar. Logisch dat ik haar goed in de gaten houd. Ze is immers nog maar zeven, ik vind dat toch nog echt klein hoor.’

Francesca, moeder van Luc (5) heeft enorm veel moeite met loslaten. ‘Voor mij is het grootbrengen van Luc een enorme strijd. Al toen hij naar de crèche ging, zat ik met buikpijn te werken, en dat hield jaren aan. Het liefst zou ik mijn mannetje gewoon altijd bij me hebben. Door hem ben ik zo kwetsbaar geworden. Als hem iets zou overkomen, overleef ik dat niet. Nu hij groter wordt, vind ik het steeds moeilijker om hem te laten gaan. Net als Mirthe had ik het liefst gehad dat Luc altijd klein zou blijven. Omdat ik het zo moeilijk vind, heb ik mij tot een pedagoog gewend. Zij heeft mij duidelijk gemaakt dat ik Luc toch vertrouwen moet geven. En, ook heel belangrijk, geen dubbele signalen moet uitzenden. Als ik hem ergens naartoe laat gaan, moet ik dat met een vrolijke glimlach doen, niet met bevende knieën. Want kinderen zijn uitstekend in staat lichaamstaal te lezen, en als die niet overeenkomst met woorden, raken ze daardoor angstig en in de war.’

Anke, moeder van de tweeling Tamara en Niek (7), woont in een klein dorp. In haar vertrouwde omgeving heeft ze geen moeite om haar kinderen vrij te laten spelen, maar bij haar ouders verliest ze haar kinderen geen moment uit het oog. ‘In ons dorp ken ik iedereen. En iedereen kent mijn kinderen. Ook als Tamara en Niek met kinderen ergens spelen waar ik ze niet zie, weet ik dat er altijd wel een andere ouder is die een oogje in het zeil houdt. Mijn ouders wonen in Amsterdam. Met dat verkeer, al die drukte, al die mensen, wil ik niet dat mijn kinderen vrij buiten spelen. Ik vind het niet vertrouwd. Dat heeft niets met loslaten te maken, maar met bescherming bieden. Ik denk dat er reële gevaren zijn waar zij nog niet klaar voor zijn. Dus nee, ze mogen daar absoluut niet alleen op fiets een blokje om. Dan ga ik wel met ze mee. Natuurlijk hebben ze recht op vrijheid, maar alleen wanneer dat echt kan.’

© Lydia van der Weide 2007

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide