• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Nouveau » artikel ...


Eeuwige single


Angelique (43) heeft nog nooit een vaste relatie gehad

Als kind droomde Angelique (43) van een leuke echtgenoot, een gezin. Zo zou haar leven eruit zien, ze wist het zeker. Maar het liep anders. Ze kwam hem nooit tegen, die ene, die speciale man met wie ze oud wilde worden. ‘Alleen heb ik óók een goed leven. Toch blijft het knagen. Een mens is niet gemaakt om alleen te zijn. Ook ik niet.’

‘Kort geleden leerde ik een man kennen via internet. Al bij zijn eerste mailtje dacht ik: dit zou een bijzonder iemand kunnen zijn. Dat heb ik niet vaak, maar het contact leek zo prettig dat ik bijna mijn cynisme verloor. Zeker toen we afspraken en het ook in het echt goed klikte. We konden uren praten, vonden elkaar aantrekkelijk. En hij liet me lachen, zonder reserves. Helaas: ook dit keer liep het op niets uit. Na vijf afspraken en twee intieme nachten liet hij plotseling niets meer van zich horen. Na een week verwaardigde hij zich een laatste mailtje te sturen: hij was terug bij zijn ex. Ik las het en voelde mijn ogen prikken. Maar het is te vaak gebeurd om nog van slag te raken. Ik heb zijn berichtjes uit mijn mailbox verwijderd, zijn nummer gewist. ’s Avonds keek ik televisie en ik dacht: ik ben alleen en ik blijf alleen. Heel misschien tref ik hem ooit nog, die ene man die bij mij past. Maar het zal een onverwacht cadeautje zijn. Ik reken nergens meer op.’

Als kind was Angelique ervan overtuigd dat ze later zou trouwen, kinderen zou krijgen. ‘Natuurlijk, iedere volwassene die ik kende had toch een vaste partner? Alleen de zus van mijn vader niet, maar dat was een vreemd type. Heel lange haren had ze, en ze stonk altijd naar hond. Ik weet nog dat ik haar vroeger een beetje zielig vond. Ze was overgeschoten, zo werd dat toen genoemd. Vreselijk leek me dat. Maar ook zó ondenkbaar.’

Angelique – blond, een goed figuur en een leuk, nog jeugdig gezicht, ‘aan mijn uiterlijk ligt het niet, dat weet ik’ –  had een prettige jeugd en lieve ouders. Ze was enig kind. Vooral haar vader droeg haar op handen. Ze was een graag gezien meisje op school. Vijftien was ze, toen ze werd ontmaagd. Door Jonas, een klasgenoot. Ze hadden twee jaar een knipperlicht relatie. Dat deze ‘verkering’ de langste relatie van haar leven zou worden, dat had Angelique op dat moment niet kunnen bedenken. ‘Het ging over tussen ons toen hij ging studeren. Lang heb ik niet getreurd. Ik had in die tijd het gevoel dat mijn leven net begon, en het leven had zóveel in petto.’ Ze laat foto’s zien uit die tijd. Een meisje met sprankelende ogen kijkt uitdagend de kamer in. Veel foto’s met groepen vrienden, feestend. ‘Ik heb een jaar in Madrid gewoond, geweldig was het. Ik had er veel aanbidders. Eentje was bijzonder, Carlo. Carlito noemde ik hem. Ik ontmoette hem in de laatste maand. Hij was echt verliefd. Zo verliefd dat hij voor mij naar Nederland had willen komen. Maar dat zag ik niet zitten. Hij sprak amper Engels, wat moest hij hier? En zou ik hem dan voortdurend op sleeptouw moeten nemen?’

Andere mannen volgden, nooit werd het serieus. ‘Ik werd zelden echt verliefd. Op de een of andere manier had ik telkens het gevoel dat dit het niet was, dat me iets beters te wachten stond. Bovendien wilde ik na mijn studie met een vriendin op reis; India, Thailand, China.’ Ze zijn nooit gegaan. Angeliques vriendin werd wél verliefd en aarzelde om te vertrekken. Angelique zelf kon een baan krijgen op de juridische afdeling van een groot bedrijf. Ze besloot die kans te nemen. ‘Reizen kon altijd nog, dacht ik. Maar het is er nooit meer van gekomen. Ik heb ervan geleerd dat je dingen niet moet uitstellen. Niet denken: dat komt later wel. Want misschien komt het wel níet. Dat geldt natuurlijk ook voor een relatie. Ik heb veel kansen laten liggen. Teveel. Daar heb ik nu spijt van.’

Rond haar achtentwintigste begon het te kriebelen. Ze had alles op orde: een baan, een koophuis en een auto. Veel van haar vriendinnen woonden samen. Ook Angelique ging minder uit. ‘Ik kreeg behoefte aan rust. Aan een vaste vriend, geborgenheid en dingen delen. Nog lang ben ik ervan overtuigd geweest dat ik hem wel zou tegenkomen. Maar alle mannen die ik ontmoette waren het net niet. En als ze het wel waren, was ik het niet voor hen. Mijn langste relatie uit die tijd is vier maanden. Met Floris. Ik had wel met hem verder gewild, maar hij begon op een gegeven moment steeds meer afstand te nemen. Het heeft me verdriet gedaan, want ik ging ervoor, helemaal. Dat lukte me niet als ik niet verliefd was. En ik sta nu eenmaal niet snel in vuur en vlam. Ja, ik denk dat ik hoge eisen stel. Ik zoek een man die er leuk uitziet, een passie in zijn leven heeft en met wie ik goed kan praten, op emotioneel en intellectueel vlak. Die mannen zijn er. Ze zijn er heus. Maar waarom nooit voor mij?’

Rond haar zevenendertigste werd Angelique ongeduldig. En verdrietig. ‘Sommige dingen werden zó confronterend. Surfen op Schoolbank, bijvoorbeeld. Iedereen die ik kende van vroeger bleek kinderen te hebben, getrouwd of samenwonend te zijn. Ik was zelfs jaloers op gescheiden mensen! Die hadden zich ten minste eenmaal weten te binden. Dat ik nog altijd alleen was, is de reden dat ik niet naar een reünie van mijn school ben geweest. Ik was bang om zielig gevonden te worden en erger nog: om mezelf zielig te vinden. De avond van de reünie ben ik gaan dansen en heb een jongen van zesentwintig versierd. Ik voelde me opgetogen, trots. Maar de volgende ochtend had ik een vreselijke kater.’

Na weer een relatie van een paar maanden die op niets uitliep, kon ze niet meer. Ze had op werkgebied veel bereikt, ze had inmiddels een leidinggevende functie en een goed salaris. ‘Maar juist datgene waar je níet hard voor zou hoeven werken, wat zomaar op je pad moet komen, lukte mij maar niet! Mijn zelfbeeld werd zo aangetast dat ik psychologische hulp heb gezocht. Ik had het gevoel dat ik alles had fout gedaan. Ik verweet mezelf dat ik Carlito had laten gaan. Ik miste zelfs Jonas, mijn eerste liefde. Door vele gesprekken raakte ik weer dichter bij mezelf. En ik heb geleerd om beginnende relaties langer een kans te geven. Maar dat blijft moeilijk: hoe kun je een relatie opbouwen als dat ene, speciale gevoel er niet is? Dat blijft voor mij een voorwaarde.’ Met haar psychotherapeute sprak ze ook uitgebreid over haar kinderenwens. Want ze had graag kinderen gewild, minstens twee. ‘Maar niet zonder man. Ik was niet bereid dat ideaalplaatje los te laten. Ik zou mijn leven teveel hebben moeten aanpassen als ik in mijn eentje kinderen had gekregen. Kort heb ik erover getwijfeld, heb zelfs gesproken met een goede vriend, die ook donor van een andere vrouw was geweest. Maar het voelde niet goed. Dat ik kinderloos ben, daar heb ik wel vrede mee. Kinderen zijn voor mij niet onontbeerlijk.’

Ook een partner niet meer. De afgelopen jaren kan Angelique steeds beter accepteren dat ze alleen is. ‘Het is heus niet alleen narigheid. Ik haal veel plezier uit mijn werk en ik heb leuke vrienden. Ik heb tijd en geld voor al mijn hobby’s, en ik reis veel. Ik hoef nooit iets te overleggen, kan gaan en staan waar ik wil. En ik weet dat er veel ongelukkige relaties zijn. Liever alleen, dan opgesloten in een slecht huwelijk, nietwaar? Bovendien: de mannen van mijn leeftijd worden er niet leuker op. Steeds vaker hebben ze een uitpuilende rugzak of zijn het probleemgevallen.’

Eenzaam is Angelique niet. Niet in de letterlijke zin van het woord. ‘Als ik iets leuks wil delen, kan ik altijd iemand bellen, als ik het moeilijk heb, weet ik een luisterend oor te vinden. Wanneer ik naar een theaterstuk wil, staan vriendinnen in de rij. Maar ik ben er diep van doordrongen dat ik er alleen voorsta ik het leven. Wat ik mis, is de vanzelfsprekendheid van een partner die er altijd voor mij is. Voor wie ik de allerbelangrijkste ben. Die weet waarmee ik me bezighoud, wat ik denk en voel. Iemand bij wie ik ook eens een avond chagrijnig mag zijn, mijn mond kan houden. Die dan mijn schouders kneedt, precies hoe ik het fijn vind. Soms raakt het gemis een tijdje naar de achtergrond en geniet ik van mijn leven, van het vrij zijn. Van het breeduit in mijn bed liggen, met mijn dikke kater, en niemand die zeurt over de kattenharen. Maar vroeg of laat duikt het altijd weer op, dat zeurende gevoel in mijn buik.’

Maar Angelique gaat niet meer op hem zitten wachten. Daar wordt ze alleen maar ongelukkig van. ‘Maar ik laat de deur wel op een kier. Als hij toch, onverwacht, aanklopt, is hij van harte welkom.’

Henriëtte Schoones, seksuologe:

‘Op mijn praktijk krijg ik regelmatig vrouwen zoals Angelique. Het lijkt wel alsof het tegenwoordig steeds moeilijker wordt om een relatie te vinden die je gelukkig maakt. Dat komt doordat we steeds individualistischer worden. Delen, je aanpassen: het wordt steeds moeilijker. En we stellen steeds hogere, soms zelfs onrealistische eisen. Ook bij Angelique vraag ik me af of haar verlangens wel reëel zijn. Verwacht ze soms dat een relatie altijd spettert en bruist? Zo’n verhouding zal ze nooit vinden. En ze zegt: ‘Ik sta niet vaak in vuur en vlam.’ Hoe komt dat? Soms moet je iemand niet te snel afwijzen en springt de vonk pas later over. Ze vertelt ook dat ze vroeger op handen werd gedragen door haar vader. Zou ze die bevestiging nu soms ook telkens zoeken in een relatie? Kan ze wel met kritiek omgaan of is dat de reden dat ze partners snel afstoot? Ik zou al deze dingen uitgebreid met haar gaan onderzoeken. Het is goed om inzicht in jezelf te krijgen; pas als je je eigen patronen ziet en herkent, kun je ze doorbreken. Hierbij is het ook belangrijk om vast te stellen wat voor voorbeeld iemand heeft gehad. Hoe gingen je ouders met elkaar om? Waren zij attent en zorgzaam voor elkaar, of juist niet? Je hebt toch een soort blauwdruk van een relatie meegekregen. Heb je die soms geïdealiseerd? Of schrikt dat relatiebeeld jou juist af? Het komt ook vaak voor dat vrouwen als Angelique veel moeite hebben om zichzelf bloot te geven in een relatie. Ze stellen zich niet graag kwetsbaar op en houden altijd afstand. Dat is jammer, want dan kan een relatie nooit echte diepgang krijgen. Vaak zit hier bindings- of juist verlatingsangst achter. Of angst voor intimiteit. Ook leeftijd kan een rol spelen. Hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het is om je aan te passen. Als je graag een relatie wil, zul je moeten accepteren dat je bepaalde dingen uit je singlebestaan zult moeten opgeven. Kun je dat, wil je dat? Zo niet, dan is het beter om te proberen om in je eentje gelukkig te zijn. Een relatie is immers niet per se zaligmakend. Veel mensen denken van wel, en willen té graag. Een valkuil van veel singles is dat ze in een nieuwe relatie alles doen om aan de verwachtingen van een ander te voldoen. Daarbij krijgt de nieuwe partner amper de kans zelf iets te doen of te investeren. Een andere valkuil is dat singles vaak denken klaar te zijn voor een nieuwe relatie terwijl er nog veel pijnpunten bestaan vanuit een vorige relatie. Het is belangrijk om eerst die te verwerken, voordat je in een nieuwe relatie stapt.’

© Lydia van der Weide
april 2007

Meer informatie over Henriëtte Schoones: www.relatieproblematiek.nl

Lezen:

Nu alleen de liefde nog – Over vrouwen die in alles geslaagd zijn, behalve… - Sybille Labrijn en Carolien Roodvoets, Altamira-Becht, Haarlem, 2004, € 10,90.

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide