• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Nouveau » artikel ...


Jeanine is een pathologisch leugenaar


Jeanine (38) heeft een ziekelijke aandrang tot liegen, ook wel pathologisch liegen genoemd. Toen haar vriend haar op de zoveelste leugen betrapte, stelde hij haar een ultimatum: óf ze ging in therapie, óf hun relatie was over. ‘Logisch, een relatie draait om eerlijkheid en vertrouwen. En juist daarvoor was hij bij mij aan het verkeerde adres.’

‘Vorig jaar waren mijn vriend en ik een lang weekend naar Parijs. “Jij bent toch nog nooit in die stad geweest,” vroeg hij, toen hij me met deze reis verraste. “Nee nooit,” zei ik zonder aarzelen. Als een ervaren reisleider toonde hij me al zijn lievelingsplekjes. Hij genoot ervan. Ik ook. Eén keer versprak ik me haast, toen we totaal verkeerd liepen. Maar ik ben ervaren genoeg om in zulke situaties mijn mond te houden. Op de terugweg dacht ik wel: Morgen gauw mijn zus op de hoogte brengen. Maar we liepen haar, stomtoevallig, tegen het lijf bij een benzinepomp langs de snelweg. Voor ik kon ingrijpen vertelde Mark over ons uitje. Zij riep enthousiast: “Parijs, fantastisch! Jeanine en ik hebben daar ooit de tijd van ons leven gehad!” Nooit ben ik erger door de mand gevallen. Mark had me wel vaker op leugentjes betrapt, maar dit sloeg alles. Woedend was hij. Waarom had ik niet gewoon verteld dat ik Parijs allang kende? Tja, waarom? Omdat ik dacht dat het voor hem leuker zou zijn als zijn verrassing nieuw voor mij was. Omdat ik dacht dat het niet uit zou komen. Omdat leugens nu eenmaal mijn mond uitrollen voordat ik het besef.’

Jeanine heeft last van een ziekelijke aandrang tot liegen, ook wel pathologisch liegen genoemd. Na de ruzie met Mark stelde hij haar een ultimatum. Of ze ging in therapie, of hun relatie was over. ‘Logisch. Je kunt geen intieme relatie hebben met iemand zoals ik, dat wist ik in mijn hart ook wel. Een relatie draait om eerlijkheid, om vertrouwen. En juist daarvoor was hij bij mij aan het verkeerde adres.’

Wat kan iemand zo aantrekkelijk vinden aan liegen? Jeanine weet het precies te benoemen: ‘Liegen is een machtmiddel. Met liegen kun je de wereld aanpassen, vervormen, kneden naar jouw wens. Dat is verslavend. De paar mensen die ik heb verteld over mijn probleem, vragen altijd: “Was je dan nooit bang dat je leugens zouden uitkomen?” Nee. Ze kwamen namelijk niet uit. Je moet alleen oppassen dat je mensen niet te dichtbij laat komen. En je moet een goed geheugen hebben. Gelukkig heb ik dat. Ik onthield wie ik wat vertelde, en vergiste me nooit.’

Alleen Jeanines zus wist van het spelen met de waarheid van Jeanine. Maar zij vond het wel vermakelijk. ‘Ze is vier jaar ouder dan ik, en ziet mij nog altijd als haar kleine, ondeugende zusje. Bovendien wist ze de omvang van mijn leugens niet. Dat weet niemand. Zelfs Mark niet, zelfs mijn therapeut niet. Want natuurlijk schaam ik mij, al leek het altijd alsof ik mijn leugens onverschrokken vertelde. Maar achter die zelfverzekerde façade zat en zit een jong meisje, dat graag aandacht wil en dat alles goed wil doen. Ze wenst maar één ding: dat mensen haar aardig vinden. Toen ik op negentienjarige leeftijd ontdekte dat dat door het vertellen van leugens veel eenvoudiger werd, was het hek van de dam.’

Voor dat moment loog Jeanine zelden, ze kan het zich althans niet herinneren. ‘Natuurlijk zal ik wel eens onterecht hebben ontkend dat ik een snoepje had gepakt, of smoesjes hebben verteld over huiswerk. Maar dat doet ieder kind; zelfs elke volwassene vertelt regelmatig een leugentje om bestwil. Maar verder dan dat ging het niet.’ Tot ze het huis uitging om een opleiding tot radiologisch laborante te volgen. Jeanine kreeg een kamer in een zusterflat in een andere stad, waar niemand haar kende. Het jaar ervoor was ze een buitenbeentje geworden in haar vriendinnengroep van de middelbare school. ‘Iedereen had een vriend, behalve ik; ik was veel te verlegen om interessant te zijn voor jongens. Wanneer mijn vriendinnen over hun verkering spraken, hing ik er maar wat bij. Doodsbang was ik, dat dit in de zusterflat weer zou gebeuren. Toen ik daar de vraag kreeg of ik een vriend had, zei ik zomaar “ja”. Ik schrok er zelf van. Maar ik wist ook meteen een naam: Dennis. Bij het uitspreken van zijn naam zag ik ‘hem’ direct voor me en ik vertelde enthousiast over zijn blonde krullen en attente karakter. Gek genoeg voelde het helemaal niet fout. Integendeel. Ik voelde me goed, sterk. Het was alsof ik een beetje buiten mezelf trad.’ Al gauw werd Jeanine een van de populairste meisje van de flat. Omdat ‘Dennis’ en alle leuke dingen die ze zogenaamd met hem deed, haar zelfvertrouwen gaven. De beklemmende deken van verlegenheid, ontstaan uit een onverklaarbaar gevoel van minderwaardigheid, kon ze eindelijk van zich afwerpen.

‘Dennis verdween uit mijn leven toen ik hem zogenaamd dramatisch dumpte omdat ik écht verliefd was geworden. Eigenlijk was het liegen dus niet meer nodig, maar toch bleef ik ermee doorgaan. Ik was al verslaafd geraakt. Verslaafd aan de macht die liegen geeft. Ik vertelde grote leugens, kleine leugens. De voorbeelden zijn talloos, teveel om op te noemen. Tegen mijn vriend viel het wel mee, maar op mijn werk maakte ik het bont. Zo heb ik een paar keer ‘in vertrouwen’ aan collega’s verteld dat ik in mijn jeugd mishandeld ben. Onzin! Ik heb zelfs vermoedens van incest uitgesproken, al was dat ‘een zwarte vlek in mijn geheugen’. Kijk, met zo’n achtergrond is het minder erg als je je regelmatig ziek meldt. Of onverwacht naar huis wilt.’

Jeanine voelde heus wel aan dat het vertellen van al die grove verzinsels niet normaal was. Ze schaamde zich tegenover haar ouders, die nooit iets anders hadden gedaan dan haar met zorg omringen. Regelmatig nam ze zich voor om zich voortaan altijd aan de waarheid te houden. Maar dat lukte domweg niet. De aandrang tot liegen werd nog groter toen haar geliefde haar plotseling in de steek liet. Hij had een ander. Jeanine voelde zich betekenisloos, eenzaam, oninteressant. Sterke verhalen boden haar houvast. En dat zette zich voort in haar volgende relatie. ‘Eigenlijk was dat een slechte relatie, vanaf het begin. Hij was een alcoholist en erg onbetrouwbaar. Mijn leugens zijn hem nooit opvallen, waarschijnlijk omdat hij sowieso niet zoveel interesse had in mij. Ondanks de problemen tussen ons, wilde ik graag een kind. Hij niet. Aan de buitenwereld vertelde ik dat we bezig waren met vruchtbaarheidsbehandelingen. Alle informatie daarover had ik van internet. Ik waarschuwde iedereen het onderwerp te mijden voor mijn vriend, omdat het te pijnlijk zou zijn. Het is nooit uitgekomen. Als er dan weer iemand zwanger was op mijn werk keek iedereen meelevend naar mij. Het gekke is dat ik er zelf haast in geloofde. Ik wás toch ook zielig? Want ik verlangde wel naar een kind!’

Twee jaar geleden werd Jeanine verliefd op Mark. Hoewel liegen over overspel haar zeker makkelijk zou zijn afgegaan, hakte ze al snel de knoop door om haar toenmalige partner te verlaten. ‘Een belangrijke rol daarbij speelde mijn kinderwens. Maar ook omdat ik voelde dat Mark het gewoon helemaal was voor mij. Het was me meteen duidelijk dat Mark veel attenter, oplettender was dan mijn ex. Ik zou moeten oppassen met hem. Maar ik had ook minder de behoefte om te liegen. Ik wist dat hij van me hield hoe ik was, dat gaf me rust. Toch ontglipte er wel eens wat. Mijn geheugen is goed, maar dat van Mark nog beter. Soms betrapte hij me op tegenstrijdigheden, wat voor flinke discussies kon zorgen. Hij begreep namelijk niet dat ik loog zonder reden; hij was ervan overtuigd dat ik echt iets te verbergen had, misschien zelfs vreemdging.’

De leugen over Parijs zorgde ervoor dat Jeanine bij een therapeut terechtkwam. Afschuwelijk vond ze het. ‘Al die jaren had ik nadenken over mijn leugens weggedrukt. Toen ik me realiseerde waar ik eigenlijk mee bezig was, raakte ik depressief. De laatste maanden gaat het beter. Voor de therapie houd ik nu al mijn leugens bij, het zijn er gelukkig niet zo veel meer. Meer turfjes staan er bij de aandrang tot liegen. Ik zie heel sterk een patroon. Ik lieg om aardig gevonden te worden, om erbij te horen. Om onzekerheid te verbloemen. Met het liegen heb ik dat weten te overschreeuwen, maar als ik die verdediging wegtrek, blijft er niet veel van me over. Ik ben nu aan het werken om meer zelfvertrouwen te krijgen. Mark steunt me goed, hij gaat regelt mee naar therapie. Daar staat hij ook op, overigens; hij wil zeker weten dat ik daar eerlijk ben. We overwegen om te proberen om samen kinderen te krijgen, en hij wil de bevestiging dat hij de toekomstige moeder kan vertrouwen.’ Kinderen zijn ook Jeanines grootste motivatie om door te zetten en om haar verslaving, zoals ze het liegen consequent bestempeld, aan te pakken. ‘Mijn grootste schrikbeeld is dat mijn kind mij ooit zou ontmaskeren of dat het door mij in de problemen komt. Dat wil ik echt voorkomen.’

Prof. dr. Corine de Ruiter is bijzonder hoogleraar Forensische psychologie aan de Universiteit Maastricht. Ze deed onderzoek naar personen die veroordeeld zijn tot tbs, waaronder veel pathologische leugenaars

‘Kleine leugentjes vertellen, dat doen we allemaal wel eens. Je kunt er oneffenheden in het dagelijkse leven mee gladstrijken. Deze leugens hebben een sociale functie. Heel anders is het bij pathologisch liegen. Daarbij gaat het om de ziekelijke aandrang om gefantaseerde gebeurtenissen te presenteren als de waarheid. Dat kan extreme vormen aannemen. Ze zeggen wel eens dat je de waarheid altijd van een leugen kunt onderscheiden, door bijvoorbeeld te letten op lichaamssignalen zoals zweten of oogbewegingen. Maar dat is een fabeltje. Er zijn mensen die zo goed kunnen liegen dat je het totaal niet merkt. Ook met een leugendetector is dat niet te achterhalen. Het blijft een heel gevoelig instrument, dat in bepaalde situaties wel een richtlijn kan geven, maar nooit honderd procent zekerheid biedt. Pathologische leugenaars zijn in de regel niet bang dat hun leugens zullen uitkomen; ze zijn er zó aan gewend dat ze met hun verhalen wegkomen. Wel zie je vaak dat dit soort mensen veelal oppervlakkige contacten onderhouden, die vaak wisselen. Dat maakt het makkelijker om de schijn op te houden. De aanleiding van het liegen kan heel verschillend zijn. Het kan zijn dat mensen een soort fake personality opbouwen uit onzekerheid. Zulke mensen liegen om zich beter voor te doen, of interessanter, rijker, intelligenter. Of ze willen aandacht. Zoals mogelijk Tara Singh Varma, die loog dat ze een terminale ziekte had; zij ging zelfs zover dat ze in een rolstoel in de Tweede Kamer verscheen. Anderen liegen puur uit opportunisme, om er zelf beter van te worden. En er zijn gewiekste, doortrapte leugenaars die duidelijk kwade bedoelingen hebben. Vaak betreft het dan mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Vaak lijden pathologische leugenaars zelf niet onder hun gedrag en zullen ze er niets aan doen. Als je er, zoals Jeanine, wél iets aan wilt doen, is psychotherapie de juiste weg. Daar wordt gezocht naar de redenen waarom dit gedrag is ontstaan. Er zijn ook mensen die zelf heilig in hun verzinsels geloven. Ook wanneer je hen confronteert met hun leugens, blijven ze volhouden. Dat grenst aan de waan, waarbij iemand in een andere werkelijkheid leeft.’

© Lydia van der Weide 2007

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide