• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Nouveau » artikel ...


Obesitas


Christel (53):

‘Ik merk dat de meeste mensen helemaal niet beseffen wat obesitas werkelijk is. Ze denken dat je dan een kilo of twintig, dertig te dik bent en dat dit met een periode stevig lijnen toch op te lossen zou moeten zijn. Ze hebben niet in de gaten dat als ik twintig kilo afval, ik nóg veel te dik ben. Want ik ben zeventig kilo te zwaar; ik weeg bijna twee keer zoveel dan zou moeten. En ik probeer al mijn hele leven van mijn overgewicht af te komen maar van ieder dieet dat ik heb gedaan, is het alleen maar erger geworden.

Ik was een jaar of twaalf toen onze huisarts tegen mij zei dat ik tien kilo moest afvallen. Tot op dat moment had ik er eigenlijk helemaal geen last van dat ik wat te dik was. Iedereen in ons gezin was stevig dus daar was het heel normaal en ik werd er ook niet mee gepest. Maar de dokter scheef mij pillen voor. Pure pep moet dat zijn geweest want ik deed geen oog meer dicht en was superfanatiek op school. Nog nooit heb ik zulke goede cijfers gehaald. En ik viel in no time tien kilo af. Toch wel lekker vond ik dat, want het was net in de periode dat uiterlijk belangrijker werd en nu had ik meer keus om leuke kleding te dragen. Toen de pillenkuur was afgelopen, dacht ik: zo, klaar! Maar haast in net zo korte tijd zat alles er weer aan. Dit was het begin van het jojoën dat ik mijn hele leven gedaan heb, of beter gezegd: het jojoën plus. Want iedere keer als ik afviel, kwamen niet alleen de verloren kilo’s er binnen de kortste keren weer aan, maar ook nog een paar extra.

Het was natuurlijk belangrijk geweest om mijn eetgewoontes te veranderen, maar daar wees mijn dokter me niet op, hoewel hij wel somber voorspelde dat ik vast mijn hele leven last van gewichtproblemen zou houden. Het zat in de genen; zelfs mijn oma’s waren dikke vrouwen. En tja, we hielden thuis van lekker eten, grote porties. Het snoepen viel toen nog mee, dat kwam pas later. In de jaren die volgden kreeg ik meer last van mijn omvang, hoewel ik er nog steeds niet mee gepest werd; gelukkig, want ik weet van anderen dat dat regelmatig voorkomt en diepe littekens kan achterlaten. Maar ik voelde me wel onzeker, een buitenstaander. Dat werd benadrukt door het feit dat ik alleen zelfgemaakte kleding aankon: een leuke grote maten kledinglijn bestond toen nog niet. Het was de tijd dat de spijkerbroek in kwam. Iedereen droeg die, behalve ik: ik paste daar natuurlijk niet in. Heel erg vond ik dat.

Samen met mijn moeder, ook een eeuwige lijnster was, probeer ik vaak opnieuw af te vallen. Zo deden we het brooddieet en gingen we samen naar de Weight Wachters. Dat we dat met z’n tweeën deden, was prettig, al was het meer zo dat ik háár steunde dan andersom; ik was een stuk strenger dan zij. En de diëten hielpen, natuurlijk. Net zoals álle andere diëten die ik later in mijn leven heb gevolgd. Afvallen is het probleem niet. Maar het volhouden. Je levenspatroon finaal omgooien, voor altijd. Dat is voor de meeste mensen niet te doen, ze vallen vroeg of laat terug in oude gewoontes. Ook mijn moeder, ook ik. Bovendien begon ik veel meer te snoepen. Mede uit frustratie, want het is natuurlijk heel vervelend als je jezelf steeds een doel stelt dat je vervolgens niet bereikt. Zo kreeg ik last van buitenproportionele eetbuien.

En die heb ik nog steeds, maar gelukkig niet meer zo extreem als vroeger. Toen gingen er complete worsten erdoorheen, grote pakken chocolade, werkelijk álles dat voorhanden was. Eten zonder rem. Het moest allemaal op en nooit was het genoeg. Om vervolgens weer spijt te hebben en dat eeuwige schuldgevoel zorgt voor nóg meer honger. Sommige mensen gooien het eten er dan weer uit; dat heb ik nooit gedaan, dat lukte me niet. Wel heb ik eens laxeerpillen geslikt, want je probeert gewoon álles. Er is niet één dieet dat ik niet ken. Het gekste wat ik ooit heb geprobeerd was een soort hypnosedieet, waarbij ik naar een stem op een bandje luisterde die dingen zei als: ‘Je hebt geen honger, je wilt voortaan alleen nog maar groente en fruit.’ En het ongezondste wat ik gedaan heb, waren bepaalde pillen slikken die op de markt kwamen toen ik midden twintig was, Ponderal. Later zijn ze weer uit de handel genomen en niet zo gek: ik ben daar heel depressief van geworden. En als je depressief bent, lukt matig eten al helemaal niet, integendeel.

Het was niet mijn laatste depressie. Toen ik in de dertig was kreeg ik er meer, zelfs zo dat ik om die reden in de WAO terecht ben gekomen; daarvoor werkte ik op kantoor. Ik denk niet dat mijn depressies direct met mijn overgewicht te maken hebben, eerder komt het door aanleg en een eenzame jeugd met weinig goedkeuring van mijn ouders. Toch zal het ermee vervlochten zijn want de obesitas heeft immers álles in mijn leven beïnvloed. Het is iets waar ik altijd mee bezig ben geweest, elke dag weer, jaar in jaar uit. De wens om slank te zijn, om net als anderen te zijn, zit zó diep. Onbewust denk je ook dat je veel gelukkiger zult zijn als je dun bent. Inmiddels weet ik dat dat onzin is. Gelukkig zijn zit in andere dingen, daar is meer voor nodig dan een slank lijf. Daarom vind ik het jammer dat ik mij er altijd zo druk om heb gemaakt, want ik denk niet dat mijn leven wezenlijk anders verlopen was als ik slank was geweest. Zo ben ik altijd op mezelf geweest en leg niet zo snel contacten, dat zit in mijn karakter. Ik heb dan ook geen relatie. Ik vind het prettig alleen, moet er niet aan denken mijn huis en leven met iemand te delen. Het idee dat ik niet zelf kan bepalen welke tv-programma’s ik kijk, nee! Met het overgewicht heeft dat denk ik weinig te maken; ik zie voldoende mensen met obesitas die wél een goede relatie hebben. Liefde gaat toch om een vonkje, om een diep gevoel voor iemand, ongeacht het lichaam. En gelukkig maar.

Toch is obesitas in sociale contacten een belemmering. Je valt op, altijd, op een manier die je helemaal niet wilt. Mensen discrimineren en stigmatiseren. Ze denken dat dikke mensen dom en lui zijn, zonder moeite te doen om te onderzoeken of dat wel klopt. Ik zal nooit iets op straat eten, bang voor opmerkingen. Er is altijd wel iemand die zegt: zou je dat wel doen? Op een terrasje zitten gaat niet, de stoeltjes zijn te klein, ook in de bus zit je onprettig. De trein is wel te doen, in een vliegtuig daarentegen zit ik zo opgepropt dat ik dat niet lang volhoud. En sporten op een normale sportclub is niets. Vaak zijn de sporten competitief en kun je als dik persoon niet mee komen; en veel mensen met obesitas, en ook ik, voelen zich niet prettig om te bewegen tussen al die slanke mensen. Terwijl ik bewegen altijd belangrijk heb gevonden; mede daarom heb ik nooit een auto gekocht, omdat ik wilde blijven fietsen. Om toch in groepsverband te kunnen sporten ben ik zeven jaar geleden lid geworden van de Nederlandse Obesitas Vereniging, die belangen behartigt voor dikke mensen; die hebben een zwemclub. Heel prettig, daar voel je je niet bekeken of veroordeeld. We begrijpen elkaar onderling en durven ook eerlijk te zijn. Slanke mensen in je omgeving hebben vaak de neiging om je overgewicht te bagatelliseren. Ze willen aardig zijn en zeggen: ach, het valt wel mee. Maar dat is flauwekul, het valt helemáál niet mee.

Inmiddels werk ik als vrijwilliger voor de vereniging. Wat wij onder meer doen is informatie bieden over Weight Loss Surgery, manieren om door een chirurgische ingreep af te vallen. Mij persoonlijk spreekt dat niet aan. Hoewel ik meestal hoor dat mensen er tevreden over zijn, komen er, als je doorvraagt, ook veel kwaaltjes en nadelen naar voren. Zo’n operatie is zeer ingrijpend en echt mooier word je er niet van, tenminste niet zonder kleren! Nee, zolang ik kan lopen en fietsen begin ik er niet aan. En zolang de obesitas niet echt voor medische problemen zorgt. Sinds kort is mijn bloedsuikerspiegel wat te hoog; obesitas geeft een verhoogd risico op suikerziekte. Dat vind ik eng. En tot mijn schrik en teleurstelling bleek dat ik onlangs toch weer vijf kilo ben aangekomen. Daar kan ik echt een hele dag beroerd van zijn. Het liefst wil ik dat ongenoegen meteen weg eten, op zo’n moment is het echt een zwaar gevecht om me in te houden. Hoewel ik mij eigenlijk had voorgenomen niet meer aan de lijn te doen en mezelf te accepteren hoe ik ben, ben ik tóch weer begonnen met afvallen. Ik word door een diëtist begeleid bij het eten volgens de schijf van vijf en sport twee keer per week. De ene dag gaat het beter dan de andere. Eetbuien komen nog steeds voor. Als het ’s ochtends al mis gaat, is meteen de hele dag verloren. En hoe het komt? Al ben ik al drieënvijftig, ik zou het nog steeds niet weten. Nog altijd heb ik het gevoel dat ze uit de lucht komen vallen. Er moet toch een reden of aanleiding achter zitten maar die heb ik nooit kunnen achterhalen. Mijn eenzame jeugd? Te simpel. Want waarom heeft dan niet iédereen met zo’n verleden obesitas?’

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide