• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Nouveau artikel ...


Borderline persoonlijkheidsstoornis


Borderline betekent grens. Vroeger werd gemeend dat de borderline persoonlijkheidsstoornis zich op de grens tussen een neurose en een psychose bevond. Deze visie is gewijzigd, de naam bestaat nog steeds. Ellen (47) weet sinds tien jaar dat ze borderline heeft.

Ellen:

‘De dag dat ik de diagnose borderline kreeg, was voor mij een feestdag. Dat mag gek klinken, maar ik wist allang dat er iets ergs met mij aan de hand was. Ik wist alleen niet wát. Ik dacht dat ik gek, een aansteller was. Dat ik de enige was die zich altijd zo leeg en ongelukkig voelde, terwijl ik in wezen weinig te klagen had. Nu wist ik het. Eindelijk mocht ik er zijn. Borderline bestond, dus ík bestond.

Ik heb een leuke kindertijd gehad, maar als puber werd ik opstandig. Ik zocht grenzen op, verzette me tegen mijn ouders. Schelden, met deuren slaan. In wezen was ik diep ongelukkig, maar kon daar geen vorm aan geven. Pubers horen een eigen identiteit op te bouwen; ik wist niet hoe dat moest. Ik ontleende mijn identiteit altijd aan anderen en aan dingen die ik deed, niet aan mijn eigen persoonlijkheid. Ik had geen idee wie ik was of wat ik wilde. Nou ja, één ding wist ik wél: ik verlangde naar een vriend. Maar hoewel mijn vriendinnen allemaal verkering kregen, bleef bij mij een serieuze relatie uit. Wel had ik een aantal nare ervaringen met mannen. Verkracht ben ik nooit, ik heb wel moeten vechten om dat niet te laten gebeuren, meerdere keren zelfs. Telkens gaf ik mijzelf daar de schuld van; ik had me zeker te uitdagend opgesteld.

Dit zorgde ervoor dat ik angstig werd in de liefde, me afsloot. Of, omdat dat veiliger was, viel op mannen die toch onbereikbaar waren. Wanneer ik me wél eens probeerde open te stellen, liep het verkeerd. Ik kon verliefdheid en vriendschap niet onderscheiden. Eenmaal was ik verschrikkelijk verliefd en ervan overtuigd dat dit wederzijds was, tot de jongen in kwestie me opgetogen kwam vertellen dat hij zich zou gaan verloven. Met een ander. Totaal kapot was ik daarvan. Gelukkig vond ik wel werk dat bij mij paste: reisadviseuse bij een bank. Dat was mijn eigen toko, heerlijk. Wat me verder houvast in mijn leven bood, was het contact met mijn ouders; ik deelde dagelijks alles met hen. Dan was er nog mijn vrijwilligerswerk voor de kerk. Ik was zo gelovig dat dit een negatieve invloed had op mij. Ik was ervan overtuigd dat het feit dat ik geen vriend had de straf van God was. Als ik mij maar hard genoeg voor de kerk inzette, dan zou het uiteindelijk wel goed komen. Dat ik toch alleen bleef, voelde als persoonlijk falen.

Al die jaren leek het zo op het oog wel oké met mij te gaan, maar er was een schaduwkant van mijn bestaan, waar niemand iets van wist, zelfs mijn ouders niet. Ik sneed soms in mezelf en mijn huis was zo’n puinhoop dat ik er niemand kon ontvangen. En ik voelde me vaak eenzaam. Dan greep ik naar de fles. Stevig. Dan kon ik tenminste slapen. En huilen. Want er zat veel verdriet in mij, maar zonder drank kwam dat niet los.

Rond mijn dertigste besefte ik dat ik op een verkeerde manier in het geloof stond. Ook nam ik wat afstand van mijn ouders, ik vond dat het de hoogste tijd werd. Maar toen ik in diezelfde tijd mijn baan kwijtraakte, bleef er plotseling niets meer van mij over. Ik was altijd Ellen de dochter geweest, de vrijwilligster en bovenal de reisadviseuse. Wie was ik nu nog? Ik had werkelijk geen idee. Ik raakte zo verward dat ik mijn eerste suïcidepoging deed. Heel klungelig: ik maakte wat krassen in mijn polsen en belde toen de politie. Ik zei: ‘Ik gooi nu de sleutels van het balkon, kom mijn dode lichaam morgen maar ophalen.’ Natuurlijk stonden ze binnen tien minuten voor mijn deur.

In die tijd liep ik al bij de hulpverlening. Er werden allerhande diagnoses gesteld, van een identiteitsstoornis tot dissociatie, van depressie tot alcoholisme. Maar niets leek echt bij mij te passen. Maar ondertussen werden mijn problemen zo groot dat ik niet meer kon werken en in de WAO belandde. De automutilatie werd erger. Sommige mensen doen dat om hun geestelijke pijn niet te voelen, voor mij was het vooral een uitlaatklep van spanning. Als ik bijna uit elkaar dreigde te barsten, gooide ik een glas stuk en sneed daarmee wild in mijn armen. Dat bracht rust in mijn hoofd. Maar dat niet alleen. Het zorgde ook voor aandacht, zorg, lichamelijk contact. Zonder relatie komt het grootste orgaan van je lichaam, je huid, immers zoveel te kort. Wanneer je jezelf verwondt, word je tenminste voorzichtig verbonden en aangeraakt. Dat kan verslavend werken. Verder nam ik regelmatig teveel pillen in. Meestal in een opwelling, om daarna spijt te krijgen. Dus belde ik maar weer een ambulance. Zeker eens per maand kwam ik in het ziekenhuis; soms zelfs twee keer per wéék. Ingegrepen werd er nooit; iedere keer werd ik na afloop gewoon weer naar huis gestuurd.

Daar leefde ik heel geïsoleerd, had vrijwel alleen contact via de telefoon. Ik miste een man, ik miste een kind. Ik had altijd al graag moeder willen worden en hoe ouder ik werd, hoe meer ik mij mislukt voelde. Ook vriendschappen liepen vaak verkeerd. Dat kwam omdat ik geregeld afspraken afzei, dan kon ik het plotseling gewoon niet meer opbrengen. Ook mijn hevige stemmingswisselingen hadden er invloed op. Dan belde ik een vriendin: kom alsjeblieft naar me toe, ik voel me zo rot. Maar als ze er dan was, ging het alweer goed. Of zó slecht, dat ik gewoon niet open deed. Tja, na drie keer komt iemand niet meer. Gelukkig heb ik toch een groep vrienden om me heen verzameld die ik al jaren ken en die mij nemen en steunen hoe ik ben. Daar heb ik geluk mee; veel mensen met borderline stoten met woedeaanvallen hun vrienden van zich af. Ik heb ze ook, die woedeaanvallen, maar die richt ik alleen op mijzelf. Dan gooi ik weer een boekenkast om, of werp de kerstboom van het balkon.

De hulpverlening meende dat ik een incestslachtoffer moest zijn. Dat dachten ze in die tijd al snel wanneer je jezelf beschadigde. Ik zou die incest verdrongen hebben, maar ik geloofde daar niets van. Ik heb een fijne jeugd gehad, lieve ouders, daar was echt niets mis mee. Het enige dat ik kan bedenken dat mogelijk een diepe impact heeft gehad, is dat ik tot de geboorte van mijn twee jongere broertjes extreem verwend ben met aandacht. Ik werd op handen gedragen, iedere avond brachten beide ouders mij samen naar bed. Met de komst van mijn broertjes was dat plotseling over. Dat is natuurlijk nooit kwaad bedoeld, maar het heeft mogelijk wel voor de enorme verlatingsangst gezorgd die ik heb. Mogelijk is deze ervaring een trigger geweest voor borderline, maar ook aanleg moet er mee te maken hebben. En de nare seksuele ervaringen kunnen invloed hebben. Al die gebeurtenissen zijn kralen aan een ketting, en als die ketting zwaar wordt, voelt die als een molensteen om je nek.

Toen ik tien jaar geleden opnieuw helemaal vastliep, is er weer een persoonlijkheidsonderzoek gedaan en toen kwam er eindelijk borderline uit. De herkenning en erkenning waren overweldigend. In alle boeken las ik over mezelf. Ik was zó blij. Nu zou ik eindelijk hulp op maat kunnen krijgen! Zo heb ik onder meer een vaardigheidstraining gevolgd om mijn emoties beter te reguleren en te beheersen. Hoewel ik toen al hoorde dat mijn stoornis nooit over zou gaan, denk ik nu dat ik toen stiekem toch hoopte dat ik door het opvolgen van adviezen – zoals het aanhouden van een strak dagschema en veel rust – therapie en medicijnen uiteindelijk zou genezen. Helaas moet ik nu, tien jaar na de diagnose, onder ogen zien dat borderline mij altijd zal blijven beïnvloeden. Werken zit er voor mij niet in en automutilatie en suïcide blijven een risico. Maar gelukkig kan ik tegenwoordig wel veel beter met mijn verwarrende emoties omgaan. Als ik huil, doe ik dat met een kookwekker. Ik mag een kwartier huilen, dan moet het stoppen, anders verlies ik mezelf erin. Dan moet de deksel weer op de put. Ook mijn neiging om teveel te drinken kan ik in de hand houden door gewoon geen drank in huis te halen. Heel soms gaat het mis, maar dat is echt maar soms.

Dat ik geen moeder ben geworden, heeft lang pijn gedaan. Nu heb ik er vrede mee; met mijn stoornis had ik het ook absoluut niet aangekund. Dat geldt overigens niet voor alle mensen met borderline, maar wel voor mij. Toch, als ik net ongesteld ben geworden en een bevalling op de tv zie, doet dat nog pijn. Geen moeder zijn betekent ook nooit oma worden. Gelukkig ben ik wel tante, en daar geniet ik enorm van. Een relatie mis ik in de regel eigenlijk niet meer, ik ben er zo aan gewend om alleen te zijn. Hoewel ik zou willen dat ik het risico van een afwijzing nog zou durven aangaan, maken mijn vroegere kwetsuren me te bang. Enkele jaren geleden dacht ik eindelijk de man van mijn leven ontmoet te hebben via internet. Drie weken leefde ik in een roes, was tot over mijn oren verliefd. Tot ik plotseling helemaal niets meer hoorde. En vervolgens werd gebeld door zijn echtgenote... Hoewel dat maar kort had geduurd, heeft het mij een jaar gekost erover heen te komen. Daar begin ik niet meer aan, ik krijg al buikpijn als ik er alleen maar aan denk. Liever besteed ik mijn tijd en energie aan het (vrijwillig) werken voor Stichting Borderline. Want deze stoornis is naast mijn handicap tevens mijn grote passie geworden: ik geef mensen voorlichting, via de telefoon, maar ik sta ook geregeld met een microfoon op het podium. Daar haal ik enorm veel voldoening uit. Ik wil mensen de lange zoektocht besparen die ik zelf heb gemaakt en raak ontroerd als mensen in tranen naar me toe en zeggen: jíj geeft woorden aan wat ik voel. Dat geeft mij eigenwaarde en kracht en mede daardoor gaat het beduidend beter.’

Wat is borderline?

Borderline is een persoonlijkheidsstoornis die wordt gekenmerkt door instabiliteit in denken, voelen en handelen. Er zijn in Nederland zo’n 150.000 tot 200.000 mensen die eraan lijden; drie keer zoveel vrouwen als mannen. Enkele symptomen van de stoornis zijn stemmingswisselingen, laag zelfbeeld, zelfbeschadiging, gevoel van leegte, zwart-wit denken, woede-uitbarstingen, suïcidaal gedrag, verslavingsgevoeligheid, onzekerheid over eigen identiteit. Maar niet één kenmerk is specifiek voor borderline en je hoeft ook niet aan alle kenmerken te voldoen. Daardoor is er veel diversiteit binnen de stoornis.

Meer informatie of hulp:

www.stichtingborderline.nl

Postbus 11473500 BE Utrecht

030-2767072

stichting [at] stichtingborderline.nl

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide